BAMM! – Verslag van een Arctische uitdaging

Vijftien kilometer hardlopen door de bergen met bepakking, kaart en kompas, overnachten in de bergen en de volgende dag weer vijftien kilometer naar de finish. Met vriendin en voormalig badmintoncollega Eva Krab liep ik 12-13 augustus 2016 in Zweeds Lapland de Björkliden Arctic Mountain Marathon, als team.BAMM 2016 logo

_ _ _

BAMM! – Zo beleefde ik de race | 12-08-2016


Voor zover ik nog twijfels had gooi ik die nu overboord. We staan met alle deelnemers in het drassige startvak en voor ons ligt het uitgestrekte berggebied in mist en regen. We gaan ervoor! Na het startsignaal bestormen we met vierhonderd mensen de voet van Kattatjakka. Er zijn geen paden. Deze sport heet ‘oriëntering’ met als essentie dat je samen de snelste route bepaalt naar de aangegeven controlepunten. Op basis van de hoogtelijnen beslis je wat wijsheid is en zodoende vliegt iedereen al snel uit elkaar.

Dan hebben we dat ook maar meteen gehad‘, roept Eva bij de eerste rivier en we rennen er tot over onze enkels doorheen. Het ijswater nestelt zich lekker in mijn sokken maar tijdens het rennen heb ik daar geen last van. Na flink klimmen bereiken we het eerste controlepunt op de top, die overigens net over de grens ligt, in Noorwegen. Zo, die is binnen, dat ging goed. We hebben kaart en kompas nodig om de route naar beneden te bepalen, het zicht is beperkt door de mist en je wilt alles op alles zetten om goed uit te komen bij het tweede controlepunt; verkeerd navigeren betekent kostbare tijd- en energieverspilling.

Eva huppelt dwars over puntige rotsen, losliggend steengruis, sneeuw, begroeiing naar beneden. Ik concentreer me op haar spoor en zorg dat ik op zo’n twee meter volg. Door alle badmintontraining en eerdere ervaringen heb ik vertrouwen in mijn lichaam en het coördinatievermogen dat nodig is om op deze manier heelhuids beneden te komen. De kunst is om niet uit angst te gaan remmen op de bovenbenen, dat kost snelheid en kracht, maar ook niet te snel te gaan, waardoor je geen controle meer hebt en je je lelijk kunt verstappen of voorover kukelt. Niet aan denken. Laag blijven zitten en gaan. Ontspannen dalen. We sjeesen als een stel berggeiten de helling af. Wauw, dit voelt machtig! Al zou mijn moeder dit niet moeten zien.

Ik voel me nu een onbeduidend schepseltje hierboven

Halverwege de volgende berg (1093 meter) denken we dat we bij het derde punt zijn. Maar er is niks. Alleen mist, oneindig veel stenen en een paar andere vertwijfeld rondlopende deelnemers. Maximaal tien meter zicht hier. Shit. Shit shit shit. Alles om ons heen ziet er nu hetzelfde uit. Aan je kompas heb je dan ook niks meer. We kijken op de kaart. Tja, dat ene heuveltje kan deze zijn, maar inmiddels ook die links daar, of die rechts? Zonde van de tijd om stil te staan en we koelen snel af door de koude wind. Maar waarheen? We weten het niet. Ik voel me nu een onbeduidend schepseltje hierboven, in the middle of nowhere. Gelukkig voert ons innerlijke kompas ons de goede richting uit. Opluchting als we onze polsbandjes bij het controlepunt houden.

Inmiddels neemt de pijn in mijn spieren toe van de inspanning, zeker mijn bovenbenen doen zeer bij elke pas omlaag, waarbij er steeds flinke kracht op staat. Afremmen doet meer pijn dan ontspannen snelheid houden, dus gewoon doorgaan, houd ik mezelf voor. Bovendien halen we met dit tempo links en rechts veel mensen in, zowel mannen als vrouwen. In het dalen valt winst te behalen; we ruiken het allebei en onuitgesproken wint onze gedrevenheid het van de pijn.

Afremmen doet meer pijn dan ontspannen snelheid houden, dus gewoon doorgaan

De laatste etappe vraagt slim navigeren. Eva oppert dat we beter wat hoogtemeters kunnen maken, wat een kortere bocht om de berg oplevert en vooral meer overzicht over de omgeving. Bovendien zal het lager ook drassiger zijn. Dus we klauteren zo snel als we kunnen door struikjes, varens, over ongelijke rotsbodem, een paar kilometer, wat doorlopend correctiewerk van de enkels vraagt. De schuine landing op mijn rechtervoet wordt gevoeliger. Volhouden, we zijn er bijna. Onze hoogte maakt dat we het hoger gelegen bergmeertje zien liggen, we weten dat we goed lopen.

Daar!‘ roept Eva, en ja, in de verte zien we twee koppels bij het controlepunt hurken, hoewel veel andere deelnemers uit de richting lijken te zijn. We snellen ernaartoe. Het blijkt midden in een moeras te liggen. Kaffers. Een paar mensen dribbelen twijfelend langs de rand. Eva rent linksom en zonder aarzelen baant ze zich een weg naar het eilandje in het midden. Ik erachteraan, we zakken weg tot over onze knieën, schoenen worden vastgezogen in de bodem. Niet nadenken, gaan. We hebben nu vierenhalf uur door alles heen gebanjerd, dan kunnen we dit ook.

Het blijkt midden in een moeras te liggen. Kaffers

Op weg naar de finish kan ik geen modder, rotsen en struiken meer zien en ik wil het liefst neervallen. Eva maant me om vol te houden. Daar, het kamp! In een vallei tussen twee berghellingen staan al behoorlijk wat tentjes opgezet. Bovenaan een laatste klimmetje moedigt een vrouw van de wedstrijdleiding ons aan. Ook nog dat klimmetje op? Ik verzuur volledig. Maar we zijn er. En ik ben blij dat we het zo goed gedaan hebben, op welke plaats we ook eindigen.

BAMM! – Zo beleefde ik de race, dag 2 | 13-08-2016


De tent is ingepakt, de matjes weer in de rugtas, we zijn klaar voor de start van de tweede dag. Tot onze verbazing zijn we gisteren als zevende in onze klasse gefinished. Zevende?! Fantastisch. Maar nu de vraag hoe we vandaag doorkomen. Mijn benen staan stijf van de spierpijn, ik kon amper de tent uit kruipen en als ik nu omhoog kijk naar die ellenlange beklimming… niet omhoog kijken. Niet nadenken, stap voor stap.

De eerste kilometer hijg ik al harder dan de vorige dag. Mijn lichaam heeft moeite om op gang te komen. Het helpt dat andere teams om ons heen net zo gedreven voortmaken. En zij hijgen ook. De vraag is hoeveel je kunt afzien en hoeveel je wilt afzien. ‘Ik kan niet meer’ heeft vele gradaties.

Daar kom ik achter. Na de eerste controle klimmen we recht omhoog, steil een begroeide helling op. Ik krijg die grote stappen amper meer gemaakt. Ik kan niet meer, maar op een of andere manier doe ik het toch. Wilskracht, wilskracht, wilskracht. En tegelijk de angst dat ik dit niet ga redden, we zijn net op weg en nog lang niet op de helft van de berg. Wat komen we allemaal nog tegen? Wordt het niet te gevaarlijk? De coördinatie neemt af. Dit soort belemmerende gedachten nemen toe. En dan toch steeds weer focussen op het positieve. Lichaam en geest motiveren. Stap voor stap. Stap voor stap. Je komt er.

BAMM Kaart dag 2
Geef mij je rugzak maar‘, zegt Eva, en dat vind ik niet leuk, maar wel heel fijn, en het beste voor ons raceplan. Met twee rugzakken bij deze bikkel is de krachtverdeling optimaal; zij is ijzersterk bergop en ik kan haar nu iets beter bijhouden. Ik ben al drie keer dood en aan mijn vierde leven bezig. Bij een watervalletje dirigeert Eva om water te tappen en een sportbar naar binnen te werken. Ik doe wat ze zegt. Overleggen doe je wanneer nodig. Luisteren ook.

Ils, we zijn er!‘ Ik heb inmiddels geleerd om pas te geloven dat je op de top bent als je ook de controlepost ziet. Maar nu we duidelijk op de kam van de berg lopen, durf ik het te geloven. Dit is het enige moment in de race dat ik bewust een paar seconden stil wil staan om om me heen te kunnen kijken. Blauwe lucht, de zon straalt en een uitzicht over het Arctische berglandschap dat zijn weerga niet kent. Ver beneden ligt een plukje bewoonde wereld. Dat takke-eind zijn we net omhoog geklommen, op eigen kracht, we zijn op de top, ik heb het gehaald! Godsamme. Er komt een tranenstroom los, van inspanning, opluchting en emoties. Er schiet van alles door me heen. Mijn oma vorige week overleden, ziekte in mijn familie en toch deze zware race gaan doen. En nu sta ik hier, tussen hemel en aarde. Omdat de emoties mijn keel dichtknijpen, wat niet samengaat met de sportbar, besluit ik de rest van mijn gevoelens voor beneden te bewaren. Dit moment neem ik mee in mijn hart.

Er komt een tranenstroom los, van inspanning, opluchting en emoties

Het eerste stuk dalen we weer als een malle. Sneeuwvelden, steentjes en rotsen, geen probleem, we vliegen, triomfantelijk dat we de piek gehad hebben en wetende dat we nu weer aan zet zijn. Als de afdalingen gisteren pijn in mijn spieren deden, dan vandaag nog meer. Iedere stap die ik neerkom voelt als een interne ontploffing in mijn benen. Kennelijk kan dat, er staat geen maat meer op en dat stelt me gerust. ‘Ik kan niet meer’ is relatief dus ik kan nog wel, dat zie je toch? Ontspannen dalen.

De laatste paar kilometer is helling op en af over een paadje. Een paadje! Hoezeer ik mezelf blijf motiveren, in de laatste etappe beginnen mijn spieren meer en meer vast te draaien, als een treinlocomotief die piepend en knarsend tot stilstand komt. We blijven evengoed het ritme houden. Naar beneden en vlak betekent in een drafje rennen, bergje op betekent looppas.

We rennen het laatste heuveltje af, mijn lichaam is volkomen geradbraakt maar wat maakt het uit, we horen de muziek bij de finish. Ha, bewoonde wereld! De eerste mensen klappen langs de kant. Beneden zitten mensen ontspannen in het gras, te kijken hoe alle BAMM-ers compleet afgemat van de berg komen denderen dan wel strompelen. Nog een controlepost en dan het laatste heuveltje omhoog… ‘kom op Ils, een laatste sprintje!‘ Jezus Eef. Met mijn pinguin-waggelsprintje bereiken we de finish. Ja. Echt waar. De finish. Stoppen. Met. Lopen.

Normaal opstaan van het toilet is er ook niet meer bij

Na twee dagen en ruim negen uur racen moet ik me een halfuurtje later met twee handen aan de leuning van de trap af laten zakken. Het cement in mijn benen is uitgehard tot beton. Normaal opstaan van het toilet is er ook niet meer bij en lopen naar de parkeerplaats is een opgave, want een miniem heuveltje af. Eva ziet me waggelen en grinnikt. Ik doe hartelijk mee, het ziet er ook hilarisch uit als je vlak daarvoor blijkbaar twee dagen over bergen hebt kunnen rennen.

Ik weet niet wat het grootste cadeau is: het besef dat we het met verve gehaald hebben, dat we als negende van de tweeënveertig teams zijn geëindigd of dat ik weer samen met mijn maatje een hamburger zit te eten, in een warm middagzonnetje in Zweeds Lapland.

BAMM2016_EvaKrab_IlseVooren
_ _ _

Oriëntering met Eva | 10-08-2016

Hoe vind je je weg met kaart en kompas tijdens de race?
Eva geeft les:

_ _ _

Afzien en genieten tegelijk | 10-08-2016

Nog twee dagen te gaan tot de race. Ik kijk uit het raam vanuit de keuken van Eva en Erik en zie de bergen van Abisko National Park. Waren de bergtoppen gisteren gehuld in grijze regenwolken en niet goed te zien, vandaag is het een stuk helderder.

Het heeft in dit gebied veel geregend afgelopen weken. Gisteren maakte ik een hike van ongeveer twaalf kilometer langs Abiskojokk, de majestueuze rivier die uitmondt in Tornetrask, het op vijf na grootste meer van Zweden. Het pad was modderig en de stenen waren glad, ik moest geconcentreerd mijn voeten neerzetten.

Ik zie het als een voorproefje op onze race. Het wordt niet bepaald een ANWB-route; we zullen zelf onze weg door de bush moeten vinden met behulp van kaart en kompas. Natte voeten vanaf de eerste meters, waden door riviertjes, klauteren over rotsen en dwars door de bosjes, we houden met alles rekening. Vorig jaar was het kamperen op de berg in wind en rond het vriespunt. De vooruitzichten lijken dit jaar iets milder, 6 tot 7 graden overdag, al zei Terje, de Zweedse man die mij vanaf het vliegveld van Kiruna een lift naar Abisko gaf dat er sneeuw voorspeld was. Eva denkt dat het wel losloopt. Dan denk ik dat ook.

Het mysterie rond de start en de route is de charme van deze Arctische bergrace. Niemand weet nog waar we precies starten. Wat we weten, is dat we vrijdagochtend moeten verzamelen in Bjorkliden, een plaatsje op ongeveer een kwartier rijden vanaf Abisko. Daar wordt gecontroleerd of onze bepakking aan de spelregels en veiligheidseisen voldoet. Vervolgens schijnen we per bus naar de start vervoerd te worden, althans, het eerste deel, daarna mogen we eerst 2,5 kilometer hiken naar 600 meter hoogte. Daar ligt de werkelijke start.

BAMM 2016-Hoogteprofiel

Het vooraf vrijgegeven hoogteprofiel is voer voor speculatie voor de kenners van dit gebied. Ik word niet gehinderd door enige voorkennis maar welke bergen het ook worden, het gaat in de eerste kilometer al serieus omhoog. Zeker voor een meid die gewend is aan de Nederlandse bossen als trainingslocatie en de Utrechtse heuvelrug al pittig vind.

Ongetwijfeld wordt het afzien want in welke conditie ik ook ben, het is de sport om alles eruit te halen wat erin zit. Dat Eva als Arctische outdoorgirl getraind is in de bergen en waarschijnlijk een stuk fitter is geeft een extra uitdaging. Toch ben ik vast van plan om onderweg te genieten. Ik zie uit naar de start.

Abisko National Park - Ilse Vooren

_ _ _

It’s all in the mind | 17-07-2016

Nog 25 dagen, 9 uur en 26 minuten te gaan tot de start. De tijd is voorbij gevlogen sinds Eva en ik twee maanden geleden besloten om aan deze uitdaging mee te doen. Nog dezelfde dag begon ik met lopen. Wat ook nodig was, want fit was ik bij lange na niet. Althans niet voor iemand die een paar jaar geleden in de eredivisie badminton speelde en het gewoon vond om dagelijks de longen uit haar lijf te trainen.

Nadat ik ben gestopt met badminton op hoog niveau is mijn aandacht uitgegaan naar het opbouwen van mijn bedrijf. Van sporten is het een aantal jaar niet gekomen, of beter gezegd, ik heb er geen prioriteit meer aan gegeven. Het was wel even best. Tijd voor andere dingen. Nu, na een paar jaar afstand, kan ik me er weer op een frisse manier toe verhouden. Mijn blik is veranderd. Ik ben veranderd. Maar mijn liefde voor sport en bewegen is gebleven.

Vandaag moet ik echt weer trainen. Afgelopen zes dagen heb ik bewust vrijaf genomen. Door familieomstandigheden die ik zorg en aandacht wil geven ben ik meer vermoeid dan normaal. Anders moe. Mijn systeem heeft veel te verwerken in deze periode en ik voel dat mijn lichaam vooral om loslaten en rust vraagt, zeker nu we tegen de vakantie aanzitten. Voor het eerst sinds jaren had ik gisteren weer buikpijn door ongesteldheid. Niet erg, maar ook dat is een beweging van loslaten. Hardlopen is tegennatuurlijk op zo’n dag. En dus doe ik dat niet. Tegelijk de noodzaak om voor te bereiden op BAMM.

Ben ik eigenlijk wel wijs? Waarom wil ik ook alweer met een rugzak dertig bergkilometers door de insectenrijke bosjes in Zweden gaan rennen zonder van tevoren te weten waarheen?

Het is stil in het bos. Zondagavond 19.00 zitten de meeste mensen aan tafel, in de tuin of voor Studio Sport. Weinig wandelaars en vooral weinig loslopende honden, een heerlijke tijd om te lopen. Ik ren weer het heuveltje op. Een smal bospaadje slingert hoog en laag. Zand, kuilen, overhangende takken, dat kom ik tijdens de race ook tegen stel ik me voor. Het is prachtig hier en ik geniet van de natuur. De zon staat al zo laag dat ik soms verblind word, waardoor ik op gevoel een aantal passen zet zonder precies te zien waar mijn voeten landen. Mijn lichaamsbewustzijn lost dat prima op. Het is warm aan het einde van deze zomerdag en ik begin nu aardig dorst te krijgen.

It’s all in the mind, blijkt maar weer

Vijf keer de heuvel over. Dat doel gaf ik mezelf toen ik startte. It’s all in the mind, blijkt maar weer. Halverwege rondje drie besluit mijn lichaam dat het genoeg is, mijn pas vertraagt een fractie van een seconde. ‘Nee‘ zeg ik hardop en spoor mijn lichaam aan om door te lopen. Ja, ik ben moe. Ja, mijn ademhaling wordt zwaarder en ja, ik voel me nu licht weeïg in mijn buik. Ik heb zin om te stoppen, snak ernaar gewoon rustig te wandelen en water te drinken. En toch ga ik door. Ik kan het, dat voel ik, mijn lichaam kan het aan, het is een kwestie van doorgaan.

Ik zie deze wedstrijd en de weg ernaartoe als een mooie uitdaging waaraan ik mijn mentale vermogens kan slijpen. Presteren op zichzelf vind ik niet zo boeiend, de manier waarop des te meer. Hoe ga je om met succes en tegenslag, verrassende situaties, met jezelf? Door welke gedachten laat je je leiden? Dit soort vragen zijn relevant in mijn werk, in coachgesprekken en begeleidingssituaties en net zo goed voor mezelf.

Vijf keer de heuvel over. En ondertussen ontspannen blijven lopen en ademen, mijn lichaam voelen. Want grenzen verleggen is prima, maar grenzen te ver overgaan niet. Hoewel het beduidend zwaarder gaat, mijn benen minder vermogen leveren en mijn ademhaling behoorlijk hoger ligt dan in voorgaand halfuur ben ik er bijna. Als ik het laatste heuveltje naar beneden ren voel ik me triomfantelijk. Ik heb het gedaan. En nu door blijven lopen. De ademhaling trainen om te zakken, het loopritme consolideren na het zware stuk. Ik kijk op mijn sporthorloge. Als ik nog acht minuten doorga zit ik op vijftig minuten voor vandaag. Ik besluit dit als laatste doel te zetten. Voor nu.

_ _ _

BAMM 2016-2

BAMM 2016-5

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *