Eindelijk zingeving aan de Zuidas?

Gladgeschoren zakenmannen die in hun lunchpauze een stilteruimte opzoeken om zich te bezinnen op hun hectische leven: een ridicuul beeld of werkelijkheid? Aanvankelijk schoot ik in de lach toen ik een artikel over zingeving aan de Amsterdamse Zuidas las, deze week in Vrij Nederland. Stichting Zingeving aan de Zuidas probeert de bevolkers van het meest prominente zakencentrum van Nederland warm te maken voor meer zingeving in hun snelle bestaan. Zo kunnen de bankdirecteuren, advocaten en financieel adviseurs zich wenden tot de naast de kantoren gelegen Thomaskerk, waarin tijdens het middaguur de stiltekapel beschikbaar is. Ook biedt dominee en ondernemer Ruben van Zwieten, één van de gezichten van de stichting, gelegenheid tot reflectie in persoonlijke gesprekken als de harde werkers daar behoefte aan hebben.

Ik moet bekennen dat het beeld op mijn lachspieren werkt: een handjevol, in krijtstreep gestoken Snelle Jelles begeven zich om 13.00 naar de stilteruimte, zakken op een stoel neer en turen in serene rust naar de aangestoken kaarsen. En als bij één van hen de mobiel rinkelt, vist de eigenaar het peperdure ding uit zijn zak, kijkt op zijn zilveren polshorloge en roept: “Sjaak, jongen, ik bel je zo terug, ik ben even tot mezelf aan het komen.”

Toch begrijp ik heel goed wat Zingeving aan de Zuidas beoogt, namelijk dat de op winst gerichte topemployés, die zich dag en nacht een slag in de rondte werken, zichzelf meer tijd gunnen om te overdenken hoe ze in het leven staan en wat betekenisvol voor hen is. Volgens voorzitter van de stichting Albert van Marwijk Kooy moeten de miljoenenbedrijven meer ruimte maken voor zingeving. Vrij Nederland stelt de vraag: “Zitten de jonge werkpaarden op de Zuidas wel te wachten op zingeving?” Weliswaar passend in de zakenwereld, maar de formulering slaat de plank behoorlijk mis. Door de vraag op die manier te stellen, lijkt zingeving een zweverig luxeproduct dat al dan niet geconsumeerd kan worden. Zingeving is geen artikel, maar inherent aan ons leven. Als mens hebben we doelen nodig, we willen ertoe doen en we zijn erop uit ‘goed’ te leven. Topzakenmensen verlangen, net als ieder ander, in de basis naar een zinvol bestaan. En ze mogen misschien kapitalen beheren, maar ook zij kopen betekenis niet in.

Wat is het probleem nou, hoor ik u denken. Als de succesvolle zakenlui het als zinvol ervaren om veel geld na te jagen en succes in hun werk boven alles stellen, dan hebben ze toch geen stiltekapel nodig, of een empatische dominee? Ik moet denken aan de Duitse miljardair Adolf Merckle die deze maand voor de trein sprong omdat hij zijn kapitaal verloren zag gaan. De aan het familiebedrijf toegewijde zakenman was gebroken door zijn onvermogen om de situatie onder controle te houden en maakte een einde aan zijn leven, verklaarde de familie.

Ik moet ook denken aan de lessen ‘zingeving in crisis’ die ik in mijn opleiding heb gevolgd, en dan slaat crisis niet op de huidige financiële malaise die ook de Zuidasbevolking raakt, maar op de geestelijke nood en gevoelens van zinloosheid die mensen keihard kunnen treffen.

Misschien had Merckle wat vaker een Ruben van Zwieten moeten spreken.

Ilse Vooren, december 2008 – website Trouw, Religie & Filosofie