Wat stilte doet

De ene stilte is de andere niet. Ken je dat gevoel, dat je in de lift staat met twee anderen, op weg van de eerste verdieping naar de vierde, je drukt op het knopje, de lift vertrekt en in die paar seconden dat niemand iets zegt, voel je ongemak in de stilte waar je alledrie onderdeel van bent.

Hetzelfde gevoel bekruipt me aan het begin van de stiltemeditatie, al zitten we alledrie op een kussen in een behaaglijke yogaruimte en rust mijn blik op een waxinelichtje. Een uur stil zijn is één ding, een uur stil zijn met andere mensen nog iets anders. De andere mensen zijn het probleem niet leert mijn ervaring. Het zijn gedachten, die als bijen om mijn oren zoemen, lawaai maken in mijn hoofd. Vaak zonder dat ik het door heb.

Dat lawaai in mijn hoofd maken die bijen ook als ik door de stad fiets, een smoothie maak of in de supermarkt loop. Alleen worden ze meestal overstemd door pizzabrommers, bussen, de keukenmixer, een schelle Beyonce uit de speaker, bliepjes van de kassa, luide stemmen, kortom al het lawaai uit de omgeving, waar we aan gewend geraakt zijn.

Nu zit ik. Stil.

Blijf ik zitten. Al die tijd.

Stil.

Ze dringen tot me door. Ik hoor ze. Gedachten, als bijen. Hoe langer ik me concentreer op mijn ademhaling, hoe meer ik ze herken. Het lijken er meer en meer te worden. Een soort bijenkast, af en aan komen ze. Zouden de mensen naast mij ook zo’n lawaai horen? Weer een bij.

Ik hoor ze, zie ze en laat ze maar gaan. Tegenhouden lukt niet. Hoeft ook niet. Het fijne van een uur stilzitten is dat de bijen alle tijd krijgen om eerst langs te komen en dan weg te vliegen. Langzaam voel ik me in de stilte zakken, naar beneden, in een prettig soort grond, waarboven het geluid afneemt. Af en toe zoemt er nog wat, maar veel stelt het niet meer voor. Het luchtruim komt tot rust.

Nu en dan verzit er iemand, voorzichtig. Een kussen ritselt zachtjes. Van tijd tot tijd een zucht. Verder beweegt onze adem geruisloos, in en uit. Steeds kalmer. Het kleine klokje blijft tikken. Een auto rijdt voorbij. Waar geluid afwezig raakt, wordt de stilte waarneembaar. Ze is er altijd, we vergeten alleen te luisteren. Het is wat je hoort als de bij op de bloem gaat zitten en stopt met zoemen.

Op de terugweg fiets ik weer door de stad. Dezelfde pizzabrommers, bussen en luide stemmen. Ik hoor het lawaai. Maar buiten mij. Binnen woont de stilte.

Ilse Vooren, 30-10-2014