Zo vrij als een kikkervisje

Het is Bevrijdingsdag.
Onze kinderen vangen kikkervisjes.

Ik wandel langs de bosvijver. De middagzon laat haar licht stralend door de jampotjes vallen.
Het beeld treft me. In alle schoonheid zie ik nieuw gecreëerde gevangenisjes.
De beestjes, vol van leven en activiteit, zwemmen verwoed alle kanten op.
Ze zullen nooit hun volwassenheid bereiken. Voorbestemd om kikker te worden, worden dit geen kikkers. Dat weet ik uit ervaring. Wij vingen vroeger ook kikkervisjes.

“Mag ik je wat vragen? Mag ik een foto maken van de kikkervisjes?”
“O ja hoor… als u het maar niet tegen de boswachter zegt.”

Leuk joch, een jaar of acht. Mama zit ernaast, in het gras.
“Ik kan ook wel even het dekseltje voor u openmaken hoor.”

Wat als kikkervisjes ons zo zouden kunnen vangen?
In een potje gestopt, een voeding- en zuurstoftekort, over een paar dagen ben je dood.

We weten, gevangen gezet door een virus, nu enigszins hoe het is om abrupt in onze vrijheid beperkt te worden en ineens op de vierkante meter te moeten leven. Maar in tegenstelling tot deze kikkervisjes hebben wij een keuze. We ademen, we staan in verbinding met ons ecosysteem. We doen gewoon boodschappen. We halen frisse lucht, we regelen het noodzakelijke contact met onze omgeving. De vitale processen gaan door. Zo overleven we prima, en meer dan dat, we leven en vieren vandaag de dag nog steeds onze vrijheid. Daar zorgen we wel voor.

We willen voluit leven en bewegen, net als deze kikkervisjes

Want we willen voluit leven, groeien, bewegen. Die drang zit in ons. Net als in deze kikkervisjes. Wat rechtvaardigt dat we kikkervisjes wel vangen, en mensen niet? Hoeveel leven mag ons individuele plezier en comfort kosten?

Ineens zie ik ons begripsvermogen als de omvang van dat jampotje, met daarin al onze rondkrioelende gedachten. We zijn soms moeilijk in staat om voorbij de glazen randen te denken. Ons denken is beperkt, maar bewustzijn is veel groter. Bewustzijn zit in alles wat leeft.

Bij deze realiseer ik me weer waarom mijn humanistische blik niet mijn primaire blik is. Humanistische waarden zoals vrijheid en medemenselijkheid heb ik hoog zitten, maar ik geloof niet dat de mens centraal staat. Als mens zijn we onderdeel van het grotere geheel dat we de wereld noemen, het ecosysteem, de kosmos. Mijn primaire blik is een ecologische blik.

Als mens levend te zijn is iets bijzonders en dat we ons dit bewust zijn, dat we dit kunnen ervaren, al helemaal. Dan ook nog de ervaring kennen vrij te zijn, in wie we zijn en in ons handelen, dat is iets om te koesteren. Kunnen we ook zien dat die vrijheid relatief is, namelijk in relatie met de context, waarmee we verbonden zijn en waarin de krachten, noden en belangen van het hele systeem meespelen? Kunnen we nu in onze individuele vrijheid- en genotbeleving ook weer de nodige grenzen aanbrengen, rekening houdend met de aarde en alles waarmee we samenleven?

“Mevrouw, als u nog meer kikkervisjes wilt zien, in de vijver zitten er duizenden hoor.”
Ik glimlach. Ik voel de warme zon op mijn gezicht. Inmiddels zit ik hier een uur op dit bankje, midden in het bos. De vogels zingen om me heen. Het is heerlijk hier. Ik adem. Ik schrijf. Ik leef. Het is Bevrijdingsdag. Een kikkervisje dat zich vrij en blij voelt, in de wetenschap dat ze hier niet de enige is.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *